Ingedeeld onder: Kindermarketing
Op de kleintjes letten
De marketing van retro-figuren bij verzamelacties
Tekst: Evelien Flink
Ze zijn misschien slechts drie appels hoog maar brachten dit jaar binnen een paar weken wel een indrukwekkende 2,79 miljard euro in het laatje. Na de succesvolle Smurfeninvasie bij Albert Heijn is in Nederland dan ook een ware ‘strijd der spaaracties’ losgebarsten. Hoe raakt een hele bevolking geobsedeerd door vijf gram gekleurde kunststof?
Op 18 februari van dit jaar startte supermarktketen Albert Heijn met het uitdelen van 29 miljoen speciaal gefabriceerde Smurfenpoppetjes. De actie was een initiatief van Belgische uitgeverij IMPS, die op zoek was naar een partner om het 50-jarig bestaan van de blauwe dwergjes mee te vieren. Zo gezegd, zo gedaan, en dus kreeg iedere klant bij elke vijftien euro aan boodschappen een van de vijftien verschillende figuurtjes mee naar huis. Het liep echter zo’n storm bij Albert Heijn dat de voorraad niet strekte, en nog voor de oorspronkelijke einddatum werd het Smurfenpromotiemateriaal uit de winkels verwijderd. Wat maakte deze actie zo succesvol?
Veroveren
De campagne rondom het Smurfenspektakel werd bedacht en uitgevoerd door TBWA/Neboko, het reclamebureau waar Albert Heijn onder andere haar Hamsterweken aan te danken heeft. TBWA staat bekend om haar creatieve en originele aanpak, en liet ook ditmaal geen promotiemogelijkheid onbenut. Naast het uitgebreide gebruik van druk- en digitale media, waaronder een geanimeerde Smurfenversie van een Albert Heijn commercial, werden ook in de winkels zelf alle trucs uit de kast getrokken. Zo kon men zijn of haar Smurfen bewaren in speciale opvouwbare dozen, dubbele exemplaren ruilen met medeverzamelaars tijdens speciale ‘Smurfenruilmiddagen’ en zelfs zegels sparen voor een grote pluche Smurf of Smurfin – tegen een luttele bijdrage van 3,95 euro. Een grootschalige promotie met een passende omzet. Uit cijfers van onderzoeksbureau GfK bleek namelijk dat tijdens de eerste week van de actie een extra 70.000 gezinnen hun boodschappen deden bij Albert Heijn. De totale omzet van de supermarktketen kwam in februari uit op 2,79 miljard euro, 7,9 procent meer dan een jaar eerder. Bovendien steeg het gemiddelde bedrag op de kassabon met 6,4 procent naar 21,55 euro. ‘De Smurfen veroveren Nederland’. Een meer toepasselijke slogan had niemand kunnen bedenken.
Bepaalde emotie
Eerdere verzamelacties van Albert Heijn, zoals de WK Wuppies uit 2006 en de Fabeltjeskrantpoppen uit 2007, boekten eveneens groot financieel succes. Met als gevolg dat iedere winkel in Nederland dit succes poogt te evenaren en een eigen spaaractie begint. Zo startte boekenhandel Bruna een Nijntje spaaractie en kunnen klanten sinds korte tijd sparen voor Eftelingfiguurtjes bij Super de Boer. Volgens Drs. Toon Meulemans, docent aan de faculteit Economie en Bedrijfskunde aan de Universiteit van Amsterdam, is het succes van dergelijke verzamelacties vooral te wijten aan de emotionele waarde van de retro-figuren. “Deze campagnes zijn effectief omdat ze inspelen op de kindertijd van de ouders,” aldus Meulemans. “Eigenlijk spreken ze een dubbele doelgroep aan, zowel kinderen als hun ouders, maar de ouders hebben een bepaalde emotie bij die figuren. Zij zijn daar mee opgegroeid, terwijl sommige kinderen die figuren juist nog nooit hebben gezien.” Het lijkt dus alsof verzamelacties voornamelijk op kinderen gericht zijn, maar het blijven toch de ouders die de boodschappen doen. En dat maakt de ouders de aantrekkelijkste doelgroep voor een reclamecampagne.
Kick
De grootste aantrekkingskracht van retro-figuren schuilt dus in hun emotionele waarde. Ook wordt deels ingespeeld op de kick van het verzamelen, al valt dit volgens Meulemans dankzij de kwaliteit van de figuurtjes al snel in het niet. “Als ik heel eerlijk ben vind ik de smurfenpoppetjes van vroeger veel mooier,” vertelt Meulemans. “Dit zijn van die kleine dingen van hard plastic. Echte verzamelaars gaan dan ook waarschijnlijk voor oude retro-figuren en niet voor die moderne plakrommel of plastic troep. Deze figuurtjes zijn bedoeld om een grotere doelgroep, het algemene publiek, aan te spreken.”
Niets nieuws
Daarbij is de Smurfenactie van Albert Heijn volgens Meulemans niets nieuws onder de zon. Er wordt al meer dan twintig jaar van retro-figuren gebruik gemaakt om klanten te lokken. Fastfoodketen McDonalds introduceerde haar Happy Meal mèt verzamelfiguurtjes bijvoorbeeld al in 1986. Meulemans: “McDonalds is al heel lang bezig met het uitdelen van die sprookjesfiguren en is dan ook de typische koploper. De keten heeft altijd haar eigen lijn gevoerd, daarom werkt het ook zo goed. Als McDonalds het uitdelen van verzamelfiguren zou afschaffen, zouden ze hoogstwaarschijnlijk imagoschade oplopen.” Het is dus bevoorderlijk dat klanten de verzamelfiguren ook daadwerkelijk gaan associeren met het merk. Bij het zien van clown Ronald McDonald denkt men immers meteen aan het fastfoodrestaurant. Volgens Meulemans gaat het om imago: “Een belangrijk punt blijft welke figuren je inzet per doelgroep. Wat ik persoonlijk mis is een figuurtje dat precies bij Albert Heijn past. Hoort een Smurf bij Albert Heijn? Heeft een Smurf hetzelfde karakter als Albert Heijn? Consumenten moeten die figuren kunnen associeren met een merk en/of winkel. Dan zou de campagne krachtiger zijn.”
Smeken
Ongeacht de kracht van de campagne had het uitvoerend personeel het er behoorlijk druk mee. Annika (18) studeert Communicatiewetenschap en werkt als cassière bij Albert Heijn. Hoewel volgens haar de winkel tijdens de actie niet meer werd bezocht dan normaal, hing er wel een aparte sfeer. “Er waren klanten van wie je al aan het gezicht kon zien dat ze voor de Smurfen kwamen, en niet voor de boodschappen,” vertelt Annika. “In onze winkel hadden we zelfs een ruilmandje met alle soorten Smurfen, waar klanten hun dubbele exemplaren konden ruilen. Wel leuk om te zien, volwassen mensen die als kleine kinderen in een mandje grabbelen op zoek naar Muzieksmurf of Moppersmurf! Er waren genoeg mensen die alleen even de winkel in kwamen om te kijken welke Smurfen er nog in het mandje zaten en welke ze konden ruilen.” Sommige klanten gingen echt tot het uiterste om de kleine blauwe wezentjes mee naar huis te krijgen. “Veel mensen waren zelfs geïnteresseerd in de decorstukken uit de winkel, zoals de posters voor het raam en de Smurfenborden aan het plafond,” vertelt Annika. “Ook waren de impulsaankopen bij de kassa ineens wel erg populair! Als een klant bijvoorbeeld 44 euro aan boodschappen had, pakte hij of zij nog even een Twix of een pakje Smint erbij om op 45 euro uit te komen. En dan waren er nog klanten bij die me letterlijk smeekten om een Smurf. Dan gaf ik er toch maar eentje extra.”
Nuchtere verstand
De wetenschappelijke kant van het verhaal terzijde, hoe verklaren de verzamelaars zelf deze aantrekkingskracht? Richard (15) doet Gymnasium en is fanatiek verzamelaar van talloze soorten figuren zoals die van McDonalds of Kinder Surprise. “Eigenlijk spaar ik alles waarvan er meer dan twee zijn,” vertelt hij. “Het is gewoon leuk om te verzamelen, ook voor de kick. Ik zou een product waarschijnlijk eerder kopen als ik er iets mee kon sparen. Wel moet het redelijk goedkoop zijn en makkelijk om te krijgen.” Overigens spreken retro-figuren niet alleen jongeren aan. Riet (50) is kinder- en jeugdverzorgster en spaart alles wat los en vast zit van Nijntje. “De figuurtjes zijn schattig, eenvoudig getekend en felgekleurd,” zegt ze. “Volgens mij spreekt dat iedere leeftijd wel aan, of je nou acht bent of tachtig.” Men zou dan ook verwachten dat Riet met de huidige Nijntje spaaractie bij Bruna de deur daar platloopt. “Nee, zelfs tijdens een spaaractie zou ik niet constant blijven kopen,” aldus Riet. “Na de eerste kick komt mijn nuchtere verstand naar boven en weet ik mezelf prima te beheersen. Als iets duur is wacht ik ook. Het hangt er bovendien van af of je vatbaar bent voor datgene wat je kan sparen. Voor voetbalplaatjes bijvoorbeeld loop ik niet warm.”
Zegeltjesverhaal
“Uiteindelijk heeft zo’n verzamelactie veel weg van het zegeltjesverhaal bij de benzinepomp,” aldus Meulemans. “Als de één het doet moet iedereen het doen, en dan het liefst net zo goed of beter.” En dat het scala aan spaaracties dus blijft groeien blijkt maar weer, aangezien ten tijde van het schrijven van dit artikel de volgende verzamelhype van Albert Heijn alweer voor de deur stond. Een klein oranje leeuwtje bedoeld om Oranje van de zomer aan te moedigen op het Europees Kampioenschap voetbal. Dames en heren… de Welpie! Of deze figuurtjes het succes van de Smurfeninvasie gaan evenaren blijft nog even de vraag. Maar, eerlijk is eerlijk, meeliften op het succes van Nederlands populairste sport is een briljante strategie. En waarschijnlijk een nog snellere manier om een hele bevolking geobsedeerd te laten raken door vijf gram kunststof!
Ingedeeld onder: Propaganda en charisma
Tekst: Maud Janssen
Politici gebruiken het woord ‘propaganda’ niet graag voor hun eigen beleid. Het roept de associatie op van dictaturen, manipulatie en oorlogen. Maar wanneer is er vanuit wetenschappelijk perspectief gezien sprake van propaganda? Eerder dan je misschien zou denken..
Het woord propaganda betekent in algemene zin ‘systematische werkzaamheid om aanhangers te winnen voor zekere principes’, zo staat in de Van Dale. Naar het schijnt voeren dus alle politieke partijen propaganda. Zij proberen immers allen met enige regelmaat en consistentie hun standpunten over te brengen. Om een beter beeld te krijgen van wat propaganda precies is, zullen in dit stuk de fundamenten en technieken van propaganda worden besproken.
Hoofdfundamenten propaganda
O’Shaughnessy (2004) heeft vier hoofdfundamenten van propaganda uiteengezet, als basis van een werkende propagandamachine. De eerste is emotie. Het effect van boodschappen die gebaseerd zijn op emotie, zullen op de lange termijn een verandering van rationele attitudes ten gevolg hebben. Het tweede fundament is ideologie. De structuur en duidelijkheid van propaganda zijn gebaseerd op een sterke ideologie, om overtuigend over te komen op een grote groep mensen. Het derde fundament betreft waarden. Door het propaganderen van waarden, wordt vaak een tegenstelling gepresenteerd tussen hoe een situatie er uitziet, en hoe die situatie er uit zou moeten zien. De kloof hiertussen kan heftige emoties oproepen, die door propaganda uitgebuit kunnen worden. De fundamenten ideologie en waarden zijn voor het overbrengen van politieke standpunten in het algemeen van groot belang.
Echter hoeft er niet altijd een tegenstelling gepresenteerd te worden wanneer waarden worden overgedragen. Het laatste fundament is hyperbole, overdrijving. Centraal bij dit fundament staan illusies die aan het publiek worden opgedrongen. Hierdoor wordt propaganda als monoloog en niet als dialoog gezien.
Propagandatechnieken
Naast de vier fundamenten van O’Shaughnessy heeft het Instituut voor Propaganda Analyse (IPA) een aantal technieken van propaganda vastgesteld (Jackall et al., 1995). De eerste is name calling, gerelateerd aan het fundament emotie. Hierbij doelt de betreffende politicus op het oproepen van haat en angst bij het publiek jegens een bepaalde groep in de samenleving. De wijze waarop dit gebeurt is voornamelijk via het geven van bad names aan individuen, groepen, naties, rassen, beleid, geloof of idealen. De tweede techniek is Glittering generalities. Hierbij probeert de propagandist emoties op te roepen die verbonden zijn aan liefde, grootmoedigheid en broederschap. Woorden die hierbij gebruikt worden zijn onder andere waarheid, vrijheid, eer, sociale rechtvaardigheid, publieke diensten, loyaliteit en voortgang. De derde techniek is transfer, hiermee doelt de propagandist op het overbrengen van autoriteit, sanctie of prestige op bijvoorbeeld instituties. Vaak gaat het hierbij om het overbrengen van het programma van de propagandist op een religieuze instelling of de natie zelf. Door deze wijze van handelen accepteert het publiek standpunten die zij in een tegengestelde situatie wellicht zou weigeren. De vierde is testimonial, gerelateerd aan fundament ideologie. Hierbij gaat het om het citeren van individuen die niet de juiste kwalificatie hebben om een oordeel te geven over een bepaalde zaak of probleem. Een goed voorbeeld hiervan is een bekend persoon die steun betuigt aan een politicus of politieke partij, terwijl hij of zij verder niets met de politiek te maken heeft en wellicht niet in staat is een weloverwogen en verstandige visie te hebben over wat het beste is voor het land. Wanneer dit het geval is, is er sprake van unfair testimonials. Meestal ligt het er vrij dik bovenop bij deze testimonials, maar als het een bekend persoon is die over het algemeen erg gewaardeerd wordt, is men sneller geneigd overtuigd te zijn van de uitspraken. De vijfde is plain folks, hierbij stelt de betreffende politicus zich voor als een ‘gewone burger’, zodat het publiek een one of us gevoel krijgt. Hiermee wordt bevestigd dat de alledaagse mens ook wijs en goedaardig is. De zesde is card-stacking, gerelateerd aan het fundament hyperbole. Hiermee probeert de propagandist alle kunsten van misleiding te gebruiken om steun te verwerven voor hemzelf, zijn groep, natie, ras, beleid, geloof of ideaal. Om dit doel te bereiken, gebruikt de propagandist under-emphasis, om een kwestie kleiner te maken dan het eigenlijk is en over-emphasis, om bepaalde kwesties te benadrukken. De middelen die hiervoor gebruikt worden zijn het vertellen van leugens, censuur, vervorming en het weglaten van feiten. De zevende techniek is the band wagon. Door middel van deze techniek wordt het publiek aangemoedigd om de massa te volgen en hier deel van uit te maken. De propagandist gebruikt symbolen, kleuren, muziek en allerlei andere vormen van dramatische kunstjes. Om een massagevoel te bereiken, wordt de nadruk gelegd op kenmerken die een massa een geheel maken en bij elkaar houden; nationaliteit, religie, ras omgeving of sekse.
Charisma
Voor politiek succes en het slagen van propaganda, is ook charisma van groot belang. Dit bepaalt immers hoe de technieken toegepast kunnen worden en in hoeverre een leider in staat is emotie, ideologie en waarden over te brengen. Charisma is, kortom, van belang voor de overtuigingskracht van de politicus. Volgens Turner (2003) is het tegenwoordig zeer belangrijk dat een leider over charisma beschikt, omdat we leven in een cultuur van celebrities. Een goed Amerikaans voorbeeld hiervan is Arnold Schwarzenegger die zijn gouverneurschap waarschijnlijk gedeeltelijk te danken heeft aan zijn bekendheid en uitstraling. Daarnaast is Berlusconi gekozen tot president van Italië, de kans is groot dat zijn uitstraling hier aan heeft bijgedragen. Voor politici is het dus van groot belang charismatisch te zijn om succes te hebben. De vraag is alleen in hoeverre charisma doorslaggevend is bij de keuze van een politiek leider, zeker voor het nuchtere Nederland. Bij de persoon Balkenende is charisma niet de eerste associatie. In 2005 is door het onderzoeks- en consultancybedrijf Newcom een onderzoek gedaan naar het charisma van verschillende politici in de ogen van de kiezer; de politieke charismabarometer. Uit dit onderzoek is gebleken dat Balkenende pas op de negende plaats stond. met 6% van de stemmen. Bos stond op de derde plaats, met 32% van de stemmen. Wellicht dat propagandatechnieken dus toch effectiever zijn dan charisma.
De mate waarin politieke personen charismatisch worden bevonden (in percentages, respondenten konden maximaal twee namen noemen). Bron: www.mijnopinie.nl
Bronnen
Jackall, R. et al. (1995). Propaganda. London: MacMillan Press Ltd.
O’Shaughnessy, N.J. (2004). Politics and Propaganda: Weapons of mass seduction. Manchester: Manchester University Press.
Turner, S. (2003). Charisma reconsidered. Journal of classical sociology
https://secure.mijnopinie.nl/index.php?pagina_id=2&nieuws_id=22&
Ingedeeld onder: Marketing van schrijvers
De schrijver als merknaam in een tijd van nieuwe media
Tekst: Nydia Manichand
De mogelijkheden van nieuwe media lijken oneindig, maar hoe zit het met het boek? Waar staat de schrijver nu, in een tijd waarin de meeste mensen slechts af en toe een roman lezen die ze uit een bestsellerslijst hebben geplukt? Medium ging in gesprek met Amstel Uitgevers over de marketing van schrijvers.
De kloof
Tijdens de boekenweek besteedde Volkskrant Magazine extra aandacht aan schrijvers en boeken. “Droogbroodschrijvers”, kopte één van de artikelen. Er zou sprake zijn van een groeiende kloof tussen rijke en arme schrijvers. Rianne Blaakmeer, werkzaam op de afdeling promotie en publiciteit bij de uitgevers Augustus en Atlas (onderdeel van Amstel Uitgevers), vraagt zich echter af die kloof zo veel groter is geworden. “Je hebt altijd schrijvers die succesvol zijn, die bestsellers hebben. En je hebt altijd schrijvers die drie boeken schrijven en geen cent verdienen. Er zijn weinig schrijvers die van hun werk kunnen leven, die niet een baan erbij hebben. Dus dat is altijd zo geweest.” Peter Rosendaal, persvoorlichter van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB), vergelijkt de boekenindustrie met de muziekwereld. “Je wordt niet zomaar bekend. Of je moet een hitsingle hebben en ontdekt worden. Zo is het niet veel anders met auteurs”.
De debutant
Het is duidelijk dat er altijd bekende en minder bekende schrijvers zullen zijn. Rosendaal: “Uitgevers brengen een heleboel uit. Zo had je ineens een Kluun en met hem ging het in één keer goed. Dat is fantastisch. Maar uitgevers brengen ook een heleboel boeken uit die weinig verkopen.” Marjolein van Doorn, eveneens werkzaam op de afdeling promotie en publiciteit bij Augustus en Atlas: “Soms verzorg je weinig publiciteit en dan verkoopt het boek toch nog goed. Dat is het ingewikkelde en dat heeft ook te maken met marktwerking. Of het kan te maken hebben met enthousiaste boekhandelaars.” Blaakmeer: “Maar het ligt ook aan het onderwerp en de tijdsgeest.” Een voorbeeld hiervan is De Vliegeraar van Khaled Husseini. Het verhaal speelt zich af in Afghanistan tijdens het Taliban-bewind. Het werd een bestseller in meerdere landen.
Het CPNB maakt geen onderscheid tussen bekende en onbekende schrijvers. Rosendaal: “Het CPNB is er niet voor schrijvers, maar voor het boek. Aandacht genereren voor minder bekende schrijvers is misschien toch meer een taak van de uitgevers en de boekhandels. Dan zou je een soort debutantenprijs of debutantenweek moeten organiseren. Dat is misschien wel een leuk idee. Dat doen we inderdaad tot nu toe niet, maar ik weet niet of daar wel behoefte aan is.”
Boekhandel versus uitgever?
Hoe kunnen minder bekende schrijvers dan toch geholpen worden in een situatie waarin bestsellerslijsten voornamelijk bestaan uit het werk van hun bekendere collega’s? Van Doorn: “Wij bieden het aan de boekhandel en de boekhandel bepaalt op basis van onze aanbiedingen hoeveel exemplaren zij willen inkopen van een boek.” De Wet op de Vaste Boekenprijs heeft daar volgens Blaakmeer niets mee te maken: “Nee, dat is weer wat anders. Het is gewoon zo dat je een product moet aanbieden aan de handel. Wij hebben een catalogus waaruit de boekhandels kunnen kiezen wat ze inkopen. Zij bepalen hoeveel stuks zij inkopen van elk boek.”
De Wet op de Vaste Boekenprijs maakt het mogelijk dat uitgevers bepalen hoe duur een boek wordt voor de boekhandel. De boekhandel moet het boek verkopen tegen de prijs die door de uitgever is vastgesteld. Tegenstanders van de vaste boekenprijs stellen dat uitgevers hun promotiebudgetten vooral richten op de grote namen. Van Doorn legt uit dat een boek van Adriaan van Dis goed zal verkopen: “Het moet wel bekend gemaakt worden dat er een nieuw boek is. Wij lopen iedere week de boekhandel in, maar de gemiddelde Nederlander niet.” “Wij adverteren, dat doet de boekhandel niet,” vult Blaakmeer aan.
“Er zijn ook kleine successen. Er moet iemand zijn die het oppikt. Het is niet zo dat alleen grote namen worden verkocht,” aldus Van Doorn. De tijd die de dames steken in de promotie van een boek van een onbekende en bekende schrijver is waarschijnlijk evenveel. De tijd wordt alleen anders verdeeld. Voor een bekende schrijver moet een selectie gemaakt worden tussen media; voor een minder bekende schrijver worden alle media gebeld en gemaild. Er is veel contact met journalisten, ook op beurzen.
Blijven geloven
De kans dat boeken van een bekende schrijver meer gekocht worden dan van een onbekende schrijver is behoorlijk groot. Blaakmeer: “Het is gewoon zo dat debutanten het moeilijk hebben. Die zijn moeilijker in de markt te zetten. Bij auteurs die al een naam hebben is dat makkelijker. Een boek van een auteur die je kent, koop je sneller. Het is heel logisch. Als uitgever moet je investeren in een debutant. Soms moet je tien boeken uitgeven voordat je een keer een bestseller hebt. Soms komt die bestseller nooit. Je gelooft in de auteur. Die auteur geef je de kans om een boek uit te laten geven. Je weet het niet, je hebt geen idee. Je kunt er voor zorgen dat het boek er goed uit ziet, goed geredigeerd is, dat het bij een goede uitgever verschijnt, maar dan nog heb je er geen invloed op of het een bestseller wordt. Je kunt nog zo veel publiciteit regelen voor een boek, maar nog brengt het verkooptechnisch niets op. Andersom kan het trouwens ook.” Meerdere factoren zijn hierop van invloed.
Wisselwerking
Rosendaal haalde Kluun aan als voorbeeld van een succesvolle debutant en hij is niet de enige. Is er nu sprake van meer marketing van de naam van de schrijvers? “Kluun maakt zijn eigen naam bekend,” legt Van Doorn uit. “Daar is hij goed in en de uitgever is in dat geval redelijk geconcentreerd op het boek dat hij heeft geschreven. Kluun kan zichzelf heel goed promoten.” Binnen Atlas is de schrijver Asis Aynan daar goed in. Van Doorn haalt hem als voorbeeld aan van een schrijver die zichzelf goed kan verkopen: “Een half jaar geleden kende niemand Asis en nu is hij vaste columnist bij het Parool. Daar heb ik echt niks aan gedaan. Dat is de wisselwerking tussen wat ik kan om Asis te steunen en wat hijzelf kan doen. Ik kan een extra boek toesturen naar het Parool. Aan de andere kant zorgt hijzelf dat zijn naam een stuk bekender wordt. Als hij een tweede boek schrijft, dan heb ik opeens geen onbekende auteur. Ik heb dan één van de bekende columnisten van het Parool in mijn fonds zitten. Ik kan het boek promoten, maar ik kan Asis niet zo zeer promoten. Dat moet echt een wisselwerking zijn.”
Schuwe schrijver
Het lijkt alleen maar in het voordeel te werken van de schrijver om zichzelf centraal te stellen door de eigen naam en persoon te promoten. De schrijver is dan een merknaam. Blaakmeer: “Dat is wel een andere manier, maar het verschilt ook per persoon. Veel schrijvers houden het alleen bij schrijven en vinden dat het belangrijkste, niet zichzelf. Zij vinden dat mensen gewoon hun boeken maar moeten lezen. Zij willen niet in de media en dat kan soms ook werken. Zo is er een Japanse auteur in het fonds bij Atlas, Haruki Murakami. Die man is bijna een cultfiguur. Hij is nooit in Nederland geweest. Heel af en toe komt hij uit zijn schulp. Zijn boeken verkopen verschrikkelijk goed. In Japan en de V.S. is hij al jaren heel groot. Wij geven tien jaar zijn werk uit en nu wordt hij in Nederland groot. Daar hebben we heel veel tijd in gestoken en nu hebben we het tij mee.”
Auteur en acteur
De ene schrijver is schuw of kiest bewust voor het vermijden van media. De andere schrijver verdient er iets extra’s mee door juist de spotlight op te zoeken, bijvoorbeeld met lezingen. “Het is een verdienste waarmee een schrijver soms meer kan verdienen dan met een boek”, aldus Rosendaal van CPNB. De auteur is dan acteur: een entertainer op het moment dat hij of zij de voordracht houdt. Bijna alle schrijvers van de uitgevers Atlas en Augustus doen dit. Net zoals met de zelfpromotie is het houden van voordrachten iets wat een schrijver moet willen en kunnen.
Zelfs op Hyves
Om mooie verkoopcijfers te bereiken moet er wel hard gewerkt worden. Van Doorn en Blaakmeer maken gebruik van twee soorten publiciteit, namelijk van advertenties en gratis publiciteit. Een uitgever verzorgt boekpresentaties en nieuwsbrieven, maar ook wordt er gebruik gemaakt van mogelijkheden op internet, zoals banners en auteurspagina’s op Hyves. Zo blijkt maar dat traditionele media en nieuwe media niet tegenover elkaar hoeven te staan, maar ook hand in hand kunnen gaan. “Het zijn allemaal mogelijkheden die vrij weinig tijd en geld kosten. Het is een mooie aanvulling,” vindt Van Doorn. Echter, binnen de fondsen van Atlas en Augustus wordt niet voor elk boek geadverteerd. In dat geval wordt er gebruik gemaakt van veel gratis publiciteit: proefdrukken gaan de deur uit en er wordt achteraan gebeld. Het budget voor een boek wordt bepaald aan de hand van de verwachte verkoop. Voor een boek, dat inspeelt op een nichemarkt, kunnen minder middelen gericht ingezet worden. Maar Blaakmeer wijst erop dat het doel van een uitgever wel is om bij elk boek de winst te vergroten. Vertaalrechten zijn duur en de voorschotten die auteurs ontvangen, moeten door de uitgever terugverdiend worden. Een boek is cultuurgoed, maar uitgevers zijn bedrijven.
Hoop voor de debutant
Blaakmeer: “Met Haruki Murakami zien we nu de investering wel terug. Het gebeurt ook wel eens niet. Iedereen denkt dat je onwijs veel verdient als uitgever of boekhandel. Vertaalrechten zijn duur en auteurs ook.” Auteur en uitgever doen beiden vooraf een grote investering. Boekhandels doen inkopen op grond van de verwachte verkoop. Als debutant is en blijft de investering een gok, ook voor de uitgever. Rosendaal: “Alle begin is moeilijk.” Persoonsgebonden marketing van de schrijver is één van de manieren om als debutant op te kunnen vallen bij het grote publiek. Als dat publiek toch al meer gebruik maakt van nieuwe media, kan een debutant of gevestigde schrijver daar juist zijn voordeel mee doen.
Ingedeeld onder: Artikelen
Links in de lijst kun je zien welke artikelen voor deze editie van Medium zijn geschreven. Sommige bevinden zich onder een kopje (de aloude Mercuriuspagina staat bijvoorbeeld onder het kopje ‘Mercurius’). Onderaan het bericht heb je de mogelijkheid te reageren op het artikel.
Ingedeeld onder: Mindstyle Magazines
Het grote succes van mindstyle magazines
Tekst: Claudia van Tunen
Hoewel dagbladen lezers zien afhaken, is de tijdschriftenbranche nog steeds groeiende. Succesvolle nieuwkomers in deze branche zijn de “mindstyle magazines”: glossy magazines met speciale aandacht voor spiritualiteit, zingeving en psychologie. Waar wordt het succes van deze magazines door veroorzaakt?
Het is bekend dat dagbladen nog steeds te maken hebben met dalende oplages. Lezers geven steeds minder de voorkeur aan de papieren krant en halen nieuws uit andere bronnen zoals internet. Daarentegen blijkt uit de onlangs gepubliceerde oplagecijfers van HOI, het instituut voor media auditing, dat de tijdschriftenbranche nog steeds een groei doormaakt. Niet alleen zijn de oplages van veel tijdschriften gestegen, ook betreden nieuwe magazines de markt. Waar nieuwszoekers hun nieuws dus niet meer alleen uit papieren bronnen halen, wil de tijdschriftenlezer zijn magazine nog steeds in de hand kunnen houden.
Dat er nog steeds ruimte is op de tijdschriftenmarkt, bleek uit de introductie van de zogenaamde “mindstyle magazines”. In Amerika waren deze magazines over wellbeing al langere tijd een succes en Nederland kon uiteraard niet achterblijven. Deze luxe tijdschriften lijken aan te sluiten bij de spiritualiteitshype die door de westerse wereld raast. Omdat iedereen tegenwoordig wel bezig lijkt te zijn met spiritualiteit, yoga en zelfontplooiing, hebben tijdschriften die deze thema’s aan de kaak stellen direct een grote potentiële doelgroep. Bladen als Happinez en MIND magazine nemen een prominente plaats in supermarkt en kiosk in, worden veelvuldig verkocht en hebben veel abonnees.
Happinez
Happinez was het eerste mindstyle magazine in Nederland. Volgens de makers van het blad laten zij lezers kennis maken met allerlei thema’s op het gebied van wijsheid, psychologie en spiritualiteit. Naar eigen zeggen richt het blad zich vooral op vrouwen tussen de 29 en 55 jaar die bewust in het leven staan en bezig zijn met zelfontwikkeling en geestelijke groei.
Daarbij staan zij open voor verdieping en zingeving, willen ze genieten en houden ze van een pure en stijlvolle manier van leven. Deze doelgroep wordt bediend met artikelen over spiritualiteit, yoga, natuur, wonen, reizen, gezondheid en duurzaamheid.
Nadat Inez van Oord met succes het glossy magazine Seasons op de markt had gezet, werd ze in 2000 verkozen tot Hoofdredacteur van het Jaar. Ondertussen kreeg zij steeds meer de persoonlijke behoefte om spirituele en wijsgerige teksten te lezen. Het idee voor een nieuw tijdschrift kwam voort uit deze behoefte. Happinez werd daarom in 2003 haar volgende kindje. Ze zag de oprichting van dit mindstyle magazine als een logische stap in de huidige maatschappij. “Na de verharding in de samenleving willen mensen weer terug naar mildheid en dat oppervlakkigheid plaatsmaakt voor echtheid en verdieping. Happinez speelt in op de wens van veel mensen die weer willen luisteren naar hun gevoel in plaats van te leven vanuit verstand. Rust, balans, zingeving en genieten krijgen een steeds belangrijkere rol in het leven van de moderne mens”, aldus Inez.
Eigen behoefte
Marianne Groenendal van de Happinezredactie ligt de uitgangspunten van het magazine toe: “Wat mensen willen en hoe zij zich op verschillende manieren willen opladen vormden de pijlers van Happinez. Vervolgens heeft Inez van Oord deze pijlers uitgewerkt tot een geraamte van een nieuw tijdschrift. Hierbij nam zij geen andere tijdschriften als voorbeeld, maar ging zij op haar eigen behoefte af.” Het succes van Happinez hangt volgens Groenendal samen met de behoeften van de mensen in Nederland: “Nu Happinez zo’n succes is begrijpt Inez dat steeds meer mensen met dezelfde levensvragen rondlopen. Dit zijn vragen zoals: Wie ben ik? Wat wil ik? Op welke manier geef ik zin aan mijn bestaan?
We merken op de redactie van Happinez dat ook dat steeds meer mensen op jongere leeftijd bezig zijn met deze vragen. Waar veertig is van oudsher de leeftijd was waarop je opnieuw gaat nadenken over wat je wilt in je leven, blijken mensen dat nu al te doen als ze de dertig bereiken.”
MIND
MIND Magazine is een nieuwe aanwist op het gebied van mindstyle magazines. De glossy staat voor de ‘psychologie voor een leuker leven’ en richt zich op hoog opgeleide vrouwen tussen dertig en 45 jaar. Het blad is ontstaan nadat hoofdredacteur Renie van Wijk de grote populariteit zag van het Amerikaanse Psychologies en besloot zich ook op dit gebied te wagen. “Wij zijn minder zweverig dan Happinez en richten ons meer op de psychologie. Wel verschilt MIND Magazine van Psychologie Magazine, omdat wij ons niet zo zeer op de wetenschappelijke kant richten, maar meer op de psychologie van het leven van alledag,” aldus marketingmanager Hanneke Willekens.
Trends
Volgens de redactie van het blad richten zij zich op psyche, gedrag, relaties, maatschappelijke ontwikkelingen en wellbeing. Willekens erkent dat MIND inspeelt op de huidige trend van de zoektocht naar verdieping in het leven: “Wij volgen de maatschappelijke trend van spiritualiteit en zingeving. Wij willen daarom lezers bevredigen die op zoek zijn naar meer inzicht in zichzelf en plezier in het leven. Daarnaast zien wij ons blad als onderdeel van een andere trend, namelijk behoefte aan zelfkennis, inzicht in jezelf, en inzicht in de mensen om je heen.”
Het succes van MIND Magazine bleek onlangs toen het blad de Bruna Publieksprijs 2008 won. Door middel van deze prijs wil Bruna nieuwe tijdschriften extra onder de aandacht brengen. MIND versloeg onder andere nieuwkomers Grazia, Catherine en mindstyle-genoot Yoga Magazine. Volgens de marketingmanager van MIND past het succes bij het segment: “De mindstyle magazines zijn populair en groeien nog steeds. Dit was niet alleen te merken aan het grote succes van MIND tijdens het afgelopen jaar, maar ook aan het feit dat de verkoop van soortgenoot Happinez ook fiks groeide tijdens deze periode. Het succes van MIND haalde geen lezers weg bij de concurrentie, dus de markt is nog steeds groeiende.”
Hip
Spiritualiteit is hip en de tijdschriftenmarkt biedt nog steeds ruimte. En omdat lezers nog steeds het liefst een papieren tijdschrift in de hand hebben, ziet de toekomst voor mindstyle magazines er rooskleurig uit. De positieve kijk op het leven die de magazines bieden, het zogenaamde momentje voor jezelf en de aandacht voor persoonlijke groei, sluiten naadloos aan bij de behoeften van de hardwerkende moderne mens. De groeiende lezersaantallen en het succes van nieuwkomers laten zien dat de behoefte van de zelfontplooiende lezers nog lang niet is bevredigd en de mindstyle magazines een zonnige toekomst hebben.
Bron: www.hoi-online.nl