Medium4


Propaganda versus charisma: wat is belangrijker voor politiek leiderschap?
14f,08, 10:57 am
Ingedeeld onder: Propaganda en charisma

Tekst: Maud Janssen

 

Politici gebruiken het woord ‘propaganda’ niet graag voor hun eigen beleid. Het roept de associatie op van dictaturen, manipulatie en oorlogen. Maar wanneer is er vanuit wetenschappelijk perspectief gezien sprake van propaganda? Eerder dan je misschien zou denken..

 

Het woord propaganda betekent in algemene zin ‘systematische werkzaamheid om aanhangers te winnen voor zekere principes’, zo staat in de Van Dale. Naar het schijnt voeren dus alle politieke partijen propaganda. Zij proberen immers allen met enige regelmaat en consistentie hun standpunten over te brengen. Om een beter beeld te krijgen van wat propaganda precies is, zullen in dit stuk de fundamenten en technieken van propaganda worden besproken.

 

Hoofdfundamenten propaganda

O’Shaughnessy (2004) heeft vier hoofdfundamenten van propaganda uiteengezet, als basis van een werkende propagandamachine. De eerste is emotie. Het effect van boodschappen die gebaseerd zijn op emotie, zullen op de lange termijn een verandering van rationele attitudes ten gevolg hebben. Het tweede fundament is ideologie. De structuur en duidelijkheid van propaganda zijn gebaseerd op een sterke ideologie, om overtuigend over te komen op een grote groep mensen. Het derde fundament betreft waarden. Door het propaganderen van waarden, wordt vaak een tegenstelling gepresenteerd tussen hoe een situatie er uitziet, en hoe die situatie er uit zou moeten zien. De kloof hiertussen kan heftige emoties oproepen, die door propaganda uitgebuit kunnen worden. De fundamenten ideologie en waarden zijn voor het overbrengen van politieke standpunten in het algemeen van groot belang.

Echter hoeft er niet altijd een tegenstelling gepresenteerd te worden wanneer waarden worden overgedragen. Het laatste fundament is hyperbole, overdrijving. Centraal bij dit fundament staan illusies die aan het publiek worden opgedrongen. Hierdoor wordt propaganda als monoloog en niet als dialoog gezien.

 

Propagandatechnieken

Naast de vier fundamenten van O’Shaughnessy heeft het Instituut voor Propaganda Analyse (IPA) een aantal technieken van propaganda vastgesteld (Jackall et al., 1995). De eerste is name calling, gerelateerd aan het fundament emotie. Hierbij doelt de betreffende politicus op het oproepen van  haat en angst bij het publiek jegens een bepaalde groep in de samenleving. De wijze waarop dit gebeurt is voornamelijk via het geven van bad names aan individuen, groepen, naties, rassen, beleid, geloof of idealen. De tweede techniek is Glittering generalities. Hierbij probeert de propagandist emoties op te roepen die verbonden zijn aan liefde, grootmoedigheid en broederschap. Woorden die hierbij gebruikt worden zijn onder andere waarheid, vrijheid, eer, sociale rechtvaardigheid, publieke diensten, loyaliteit en voortgang. De derde techniek is transfer, hiermee doelt de propagandist op het overbrengen van autoriteit, sanctie of prestige op bijvoorbeeld instituties. Vaak gaat het hierbij om het overbrengen van het programma van de propagandist op een religieuze instelling of de natie zelf. Door deze wijze van handelen accepteert het publiek standpunten die zij in een tegengestelde situatie wellicht zou weigeren. De vierde is testimonial, gerelateerd aan fundament ideologie. Hierbij gaat het om het citeren van individuen die niet de juiste kwalificatie hebben om een oordeel te geven over een bepaalde zaak of probleem. Een goed voorbeeld hiervan is een bekend persoon die steun betuigt aan een politicus of politieke partij, terwijl hij of zij verder niets met de politiek te maken heeft en wellicht niet in staat is een weloverwogen en verstandige visie te hebben over wat het beste is voor het land. Wanneer dit het geval is, is er sprake van unfair testimonials. Meestal ligt het er vrij dik bovenop bij deze testimonials, maar als het een bekend persoon is die over het algemeen erg gewaardeerd wordt, is men sneller geneigd overtuigd te zijn van de uitspraken. De vijfde is plain folks, hierbij stelt de betreffende politicus zich voor als een ‘gewone burger’, zodat het publiek een one of us gevoel krijgt. Hiermee wordt bevestigd dat de alledaagse mens ook wijs en goedaardig is. De zesde is card-stacking, gerelateerd aan het fundament hyperbole. Hiermee probeert de propagandist alle kunsten van misleiding te gebruiken om steun te verwerven voor hemzelf, zijn groep, natie, ras, beleid, geloof of ideaal. Om dit doel te bereiken, gebruikt de propagandist under-emphasis, om een kwestie kleiner te maken dan het eigenlijk is en over-emphasis, om bepaalde kwesties te benadrukken. De middelen die hiervoor gebruikt worden zijn het vertellen van leugens, censuur, vervorming en het weglaten van feiten. De zevende techniek is the band wagon. Door middel van deze techniek wordt het publiek aangemoedigd om de massa te volgen en hier deel van uit te maken. De propagandist gebruikt symbolen, kleuren, muziek en allerlei andere vormen van dramatische kunstjes. Om een massagevoel te bereiken, wordt de nadruk gelegd op kenmerken die een massa een geheel maken en bij elkaar houden; nationaliteit, religie, ras omgeving of sekse.

 

Charisma

Voor politiek succes en het slagen van propaganda, is ook charisma van groot belang. Dit bepaalt immers hoe de technieken toegepast kunnen worden en in hoeverre een leider in staat is emotie, ideologie en waarden over te brengen. Charisma is, kortom, van belang voor de overtuigingskracht van de politicus. Volgens Turner (2003) is het tegenwoordig zeer belangrijk dat een leider over charisma beschikt, omdat we leven in een cultuur van celebrities. Een goed Amerikaans voorbeeld hiervan is Arnold Schwarzenegger die zijn gouverneurschap waarschijnlijk gedeeltelijk te danken heeft aan zijn bekendheid en uitstraling. Daarnaast is Berlusconi gekozen tot president van Italië, de kans is groot dat zijn uitstraling hier aan heeft bijgedragen. Voor politici is het dus van groot belang charismatisch te zijn om succes te hebben. De vraag is alleen in hoeverre charisma doorslaggevend is bij de keuze van een politiek leider, zeker voor het nuchtere Nederland. Bij de persoon Balkenende is charisma niet de eerste associatie. In 2005 is door het onderzoeks- en consultancybedrijf Newcom een onderzoek gedaan naar het charisma van verschillende politici in de ogen van de kiezer; de politieke charismabarometer. Uit dit onderzoek is gebleken dat Balkenende pas op de negende plaats stond. met 6% van de stemmen. Bos stond op de derde plaats, met 32% van de stemmen. Wellicht dat propagandatechnieken dus toch effectiever zijn dan charisma.

 

 

De mate waarin politieke personen charismatisch worden bevonden (in percentages, respondenten konden maximaal twee namen noemen). Bron: www.mijnopinie.nl

 

 

Bronnen

Jackall, R. et al. (1995). Propaganda. London: MacMillan Press Ltd.

O’Shaughnessy, N.J. (2004). Politics and Propaganda: Weapons of mass seduction. Manchester: Manchester University Press.

Turner, S. (2003). Charisma reconsidered. Journal of classical sociology

https://secure.mijnopinie.nl/index.php?pagina_id=2&nieuws_id=22&